Ik zie een foto (EJM Borgers)
ik zie een foto – een ouwe foto
van jou en mij – verkleed als maffioso
en jij was dronken – en ik was ook dronken
stoned en dronken – als een tornado
het was een zondag – zo’n slome zondag
er was een tuin en een feest in de zon en de vrouwen bleven lachen
om jouw fratsen – en om mijn strapatsen
en op de een of andere manier kreeg jij iedereen aan het dansen
iemand kwam uit Frankrijk met een flesje Absint
je weet niet wat je meemaakt als je daaraan begint
de duvel in een doos elk schot in de roos
een beest in je buik en een klap op de kin
ik zie de flessen – die lege flessen
jij gooide alle lege flessen met een grote zwaai over de schutting
en toen de buurman – de boze buurman
met zijn halfblinde agressieve zwarte hond die aan jouw been hing
iemand kwam ons zeggen dat we beter konden gaan
ik zeg nog tegen jou laat die auto hier nou staan
maar wat ik ook deed jij gaf geen centimeter toe
stampend en schreeuwend, ik weet echt wel wat ik doe!
ik zie jouw auto – jouw wrakke auto
zwabberend, slingerend, toeterend – om de hoek verdwijnen
jij kon zo dom zijn – zo dwars en bokkig stom zijn
zo koppig obstinaat en eigenzinnig kon alleen maar jij zijn
nou zie ik die foto – die ouwe foto
van jou en mij – verkleed als maffioso
